PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 4: Voorzetsels en iḍāfa

Overzicht

Eenheid 4 · 4 lessen

Voorzetsels en iḍāfa

Vier lessen samen op één pagina

Voorzetsels (ḥurūf al-jarr) heten zo omdat ze de betekenis van het werkwoord naar het naamwoord "trekken" en het naamwoord erna in de genitief zetten: min, ilā, ʿan, ʿalā, fī, ḥattā, bi-, ka-, li-, de wāw en tāʾ van de eed, mudh, mundhu en rubba. Elk heeft een betekenis, zoals begin en gedeeltelijkheid (min), einde (ilā), verhevenheid (ʿalā) en plaats of tijd (fī). Ze geven een genitief in vorm en plaats, of alleen in plaats; soms is het goed of verplicht de voorzetselgroep voorop te zetten. De iḍāfa verbindt twee naamwoorden: het eerste (muḍāf) krijgt de naamval van zijn functie en verliest tanwīn en nūn, het tweede (muḍāf ilayh) staat altijd in de genitief. Ze is betekenisvol (bepaaldheid of specificering) of vormelijk (alleen verlichting).

Bron: Arabische taal (3), Zad-reeks · p. 89–103

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 4 in één kaart

De belangrijkste punten uit het boek.

Voorzetsels en iḍāfaEenheid 4
  • Voorzetsels en betekenissenles 21
    • min, ilā, ʿalā, fī
    • bi-, li-, ka-
    • eedpartikels, mudh, mundhu, rubba
  • Regels van de voorzetselsles 22
    • genitief in vorm en plaats
    • vooropplaatsing
    • mā na voorzetsels
  • De iḍāfales 23–24
    • regels
    • betekenisvol
    • vormelijk

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Voorzetsels heten ook ḥurūf al-iḍāfa, omdat ze de betekenis van werkwoorden aan naamwoorden toevoegen.
  2. De tāʾ van de eed staat alleen voor het woord Allāh; de wāw voor alles waarbij gezworen wordt.
  3. De betekenis van het werkwoord verandert met het voorzetsel: daʿawtu lahu (bidden voor) en daʿawtu ʿalayhi (bidden tegen), raghibtu fī (willen) en raghibtu ʿan (niet willen).
  4. Na min, ʿan en bi- wordt mā toegevoegd zonder de werking op te heffen ("door hun zonden werden zij verdronken"); na rubba heft mā de werking wel op ("misschien wensen zij die ongelovig zijn").
  5. De alif van vragend mā valt weg na een voorzetsel: bima, lima, mimma, ʿamma, fīma, ʿalāma, ḥattāma, ilāma.
  6. Een enkelvoudige muḍāf verliest zijn tanwīn, een dualis of mannelijk meervoud zijn nūn: rajulā l-amn, musāʿidū l-masākīn.
  7. Bij de betekenisvolle iḍāfa krijgt de muḍāf nooit al-; bij de vormelijke iḍāfa op drie plaatsen wel.
  8. Een veelgemaakte fout is "al-ghayr ṣaḥīḥ"; juist is "ghayr aṣ-ṣaḥīḥ".

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 21 · p. 91 De voorzetsels (ḥurūf al-jarr)
  2. Les 22 · p. 93 De werking en regels van de voorzetsels
  3. Les 23 · p. 98 De genitiefverbinding (iḍāfa)
  4. Les 24 · p. 100 De vormelijke iḍāfa (iḍāfa lafẓiyya)

Oefeningen van het boek op p. 96 en 103. De Nederlandse uitleg is een hulp bij het Arabisch, geen vervanging.

Schema’s

Betekenissen van de voorzetsels

Met voorbeelden uit het boek.

VergelijkingBetekenisVoorbeeld
minbegin en gedeeltelijkheid"onder jullie zijn ongelovigen en gelovigen"
ilāeinde"tot Allah keren jullie allen terug"
ʿalāverhevenheid"Wij verkozen sommigen boven anderen"
fīplaats of tijd, en reden"zij zullen winnen binnen enkele jaren"
bi-middel, oorzaak, aanhechting en plaatsik sneed het vlees met het mes
li-specificiteit en bezit"aan Allah behoort wat in de hemelen is"
ka-vergelijking"de dag dat de hemel als gesmolten metaal is"
rubbaweinig of veelmenig broeder van je is niet door je moeder gebaard

Les 21p. 91

Betekenisvolle en vormelijke iḍāfa

De belangrijkste verschillen volgens het boek.

VergelijkingBetekenisvolVormelijk
De muḍāfeen naamwoord, geen werkend adjectiefeen afgeleid adjectief met zijn object of subject
Nutbepaaldheid of specificeringalleen vormelijke verlichting
al- op de muḍāfnooitop drie plaatsen: al-mukramā Khālid, az-zāʾirū abīka, al-ḥasan al-khuluq
Voorbeeldhet huis van Muḥammad, een kleed van zijde, het nachtgebed"Allah splijt het zaad en de pit"

Les 24p. 100

Uitleg

  1. De werking van de voorzetsels

    Ze zetten het naamwoord in de genitief in vorm en plaats ("ik kwam langs je vader"), of alleen in plaats als het onverbuigbaar is ("ik kwam langs hen").

  2. De voorzetselgroep vooraan

    Vooropplaatsen is goed voor nadruk ("voor Allah bid ik") of om zwaarte te vermijden; het is verplicht als het de khabar is van een onbepaalde mubtadaʾ ("op de boerderij zijn arbeiders"), als de mubtadaʾ een voornaamwoord bevat dat ernaar verwijst ("in de auto zit zijn eigenaar"), of bij een vraagwoord ("van wie is dit boek?").

  3. Drie betekenissen van de betekenisvolle iḍāfa

    Met de betekenis van li-, de meest voorkomende ("het huis van Muḥammad"), van min ("een kleed van zijde") of van fī ("het nachtgebed"). Verbonden met iets bepaalds wordt de muḍāf bepaald; met iets onbepaalds alleen gespecificeerd ("een mannenschoen").

Kernpunten

OpsommingUit het boek

De voorzetsels

  1. min, ilā, ʿan, ʿalā, fī, ḥattā
  2. bi-, ka-, li-
  3. de wāw en tāʾ van de eed
  4. mudh, mundhu, rubba
OpsommingUit het boek

Regels van de iḍāfa

  1. bestaat uit muḍāf en muḍāf ilayh
  2. tanwīn en de nūn van dualis en meervoud vallen weg
  3. de muḍāf krijgt de naamval van zijn functie
  4. de muḍāf ilayh staat altijd in de genitief

Begrippen

حروف الجر

ḥurūf al-jarr

Partikels die de betekenis van werkwoorden naar naamwoorden trekken en die naamwoorden in de genitief zetten.

التبعيض

at-tabʿīḍ

Gedeeltelijkheid; een betekenis van min.

snijd voor mij een stuk van de stof

الاستعلاء

al-istiʿlāʾ

Verhevenheid, letterlijk of figuurlijk; een betekenis van ʿalā.

الإضافة

al-iḍāfa

Een naamwoord met een ander verbinden: het eerste is muḍāf, het tweede muḍāf ilayh.

الإضافة المعنوية

al-iḍāfa al-maʿnawiyya

Iḍāfa waarbij de muḍāf bepaaldheid of specificering krijgt, met de betekenis van li-, min of fī.

الإضافة اللفظية

al-iḍāfa al-lafẓiyya

Een afgeleid adjectief verbonden met zijn object of subject; ze verlicht alleen de vorm.

karīm al-khuluq, fāliq al-ḥabb

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Voorzetsels zetten het naamwoord in de genitief, en elk heeft een eigen betekenis.
  • In de grond staat de voorzetselgroep achteraan; soms is vooropplaatsen goed of verplicht.
  • Mā na min, ʿan en bi- heft niet op; na rubba wel.
  • De muḍāf krijgt de naamval van zijn functie, de muḍāf ilayh altijd de genitief.
  • De iḍāfa is betekenisvol (bepaaldheid of specificering) of vormelijk (verlichting).

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wat betekent "min" in "fa-minkum kāfirun wa minkum muʾmin"?

  2. De tāʾ van de eed staat voor alles waarbij gezworen wordt.

  3. Waarom staat de voorzetselgroep verplicht vooraan in "liman hādhā l-kitāb?"

  4. Wat is juist als ʿan voor vragend mā komt?

  5. Men zegt "raʾaytu rajulayni l-amn".

  6. Wat is juist?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 21 De voorzetsels (ḥurūf al-jarr)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 91–92

  2. Les 22 De werking en regels van de voorzetsels

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 93–97

  3. Les 23 De genitiefverbinding (iḍāfa)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 98–99

  4. Les 24 De vormelijke iḍāfa (iḍāfa lafẓiyya)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 100

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Arabische taal (3), Zad-reeks · p. 89–103 p. 89

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.